Know abouts


Wat betekenen de termen bij de kenmerken van de weerstations, klokken en outdoor horloges? Weerweten geeft een beknopte uitleg van algemene termen binnen de weerkunde.
Meer informatie vindt u op de pagina Veelgestelde vragen.

Weerhuisje

Een traditioneel weerhuisje is eigenlijk een hygrometer. Door een paardenhaar, gevlochten schapendarm, of tegenwoordig ook wel een synthetische haar die onder invloed van de luchtvochtigheid krimpt of uitzet, wordt een mechanisme in beweging gezet. Uit het huisje komt bij mooi weer het vrouwtje, en bij regen het mannetje tevoorschijn. Veelal is er ook nog een thermometer aan het weerhuisje geplaatst.

Meteorologie

Meteorologie is de wetenschap die atmosferische verschijnselen en wetten bestudeert.
Door het meten en vastleggen van gegevens kan het weer, mede op basis van historische metingen, voorspeld worden. Het weer is van grote invloed op ons dagelijks leven en heeft dan ook onze warme belangstelling. Er wordt veel over gepraat.

Temperatuur

De temperatuur wordt gemeten met de door Galileo Galile? in de zestiende eeuw uitgevonden thermometer. Er zijn diverse schaalverdelingen, de bekendste zijn Celsius en Fahrenheit. Meteorologische stations meten de temperatuur in open terrein op anderhalve meter boven de grond. De meetapparatuur wordt afgeschermd tegen directe invloed van de zon.

Relatieve luchtvochtigheid

De relatieve luchtvochtigheid geeft het percentage waterdamp wat er in een bepaalde hoeveelheid lucht zit ten opzichte van wat deze lucht maximaal zou kunnen bevatten (100%). Dit bij een bepaalde temperatuur en luchtdruk. Hoe hoger de temperatuur hoe meer water de lucht kan bevatten. Binnenshuis wordt een relatieve luchtvochtigheid tussen 45% en 65% als comfortabel ervaren.

Dauwpunt

Op het moment dat de relatieve luchtvochtigheid 100% wordt gaat het water condenseren, dit heet het dauwpunt (er ontstaat dauw). Wanneer de luchttemperatuur daalt en de hoeveelheid vocht in de lucht verandert niet, dan wordt de relatieve luchtvochtigheid groter (koude lucht kan minder vocht bevatten dan warme lucht).

Luchtdruk

Door onder andere veranderingen in de atmosfeer, het draaien van de aarde en de invloed van andere  hemellichamen vormen zich gebieden met een hogere en lagere luchtdruk. Neerslag wolken bevinden zich meestal in de nabijheid van lage druk gebieden. In een gebied met lage luchtdruk is de kans op neerslag dan ook groter dan in een gebied met hoge luchtdruk. Vroeger werd de luchtdruk aangegeven in millibar of mmHg (kwikbarometer). Tegenwoordig wordt de luchtdruk meestal weergegeven in hectoPascal (hPa).

Relatieve luchtdruk

Een kolom lucht heeft gewicht en drukt op de aarde. Hoe hoger je komt, des te minder hoog is de kolom, des te minder dus de druk. Elke acht meter neemt de luchtdruk met 1 hPa af. Om de luchtdruk van meetstations op verschillende hoogtes met elkaar te kunnen vergelijken wordt de gemeten luchtdruk herleid naar zeeniveau. Dit wordt de relatieve luchtdruk genoemd. Een meetstation op zestien meter boven zeeniveau meet een absolute luchtdruk van b.v. 1014 hPa. Herleid naar zeeniveau levert dit een relatieve luchtdruk op van 1016 hPa (2x 8meter=2 hPa).
De standaard luchtdruk op zeeniveau is 1013,3 hPa.

Barometer

Een barometer meet de luchtdruk. Stijgt de luchtdruk dan is er een grotere kans op weersverbetering. Evenzo zal een daling het omgekeerde betekenen. De kans op neerslag daalt naarmate de luchtdruk hoger is. Onder de 1000 hPa loopt de kans op neerslag op naar 80%. Boven de 1030 hPa neemt de neerslag kans af tot 10%. Vroeger werd de eenheid voor luchtdruk in millibar (mbar) of mmHg (kwikdruk) uitgedrukt. De huidig gebruikte hectoPascal (hPa) heeft dezelfde waarde als de waarde in mbar.

Regenmeter

De regenmeter meet het aantal millimeters water wat er per oppervlakte-eenheid valt. E?n millimeter regen in de regenmeter komt overeen met ??n liter water per vierkante meter.

Wind

Door onder andere het verschil in luchtdruk en temperatuur ontstaat een luchtstroming. Dit wordt ervaren als wind. De wind kan in sterkte en richting vari?ren. De sterkte kan onder andere worden uitgedrukt in Beaufort (schaal 0-12), in knopen (scheepvaart) of in Kilometer per uur. De windsterkte wordt gemeten met een anemometer.
De positie van de gebieden met verschillende luchtdruk zorgt ervoor dat de wind een bepaalde richting aanneemt. De windrichting wordt op een weerstation meestal aangegeven met een kompasroos.

Zonsopkomst en zonsondergang

Het moment dat de zon boven de horizon uitkomt wordt zonsopkomst genoemd. Zo is zonsondergang het moment van het verdwijnen van het eerst stukje zon onder de horizon. Deze tijdstippen worden door het weerstation nauwkeurig per dag berekend.

Maanfases

De maan wordt veelal (deels) aan het zicht onttrokken. Dit worden schijngestaltes van de maan genoemd. Bij nieuwe maan is de maan helemaal aan het zicht onttrokken. Op het noordelijk halfrond zien we vanaf rechts een "wassende" maansikkel. Na volle maan wordt de maansikkel naar links bewegend steeds kleiner.
De maancyclus is: (1) Nieuwe maan (2) Jonge maan (3) Eerste kwartier (4) Wassende maan (5) Volle maan (6) afnemende maan (7) Laatste kwartier (8) Asgrauwe maan.

Nieuwe maan Jonge maan Eerste kwartier Wassende maan Volle maan Laatste kwartier Laatste kwartier Asgrauwe maan

Weersverwachting of weersvoorspelling

Verschillende grootheden worden gebruikt om een weersverwachting ofwel de weersvoorspelling te doen. Een belangrijk element hierin is (verandering van) de luchtdruk. De luchtdruk wordt met een barometer gemeten. Bij stijgende luchtdruk is er een grotere kans op weersverbetering, bij dalende luchtdruk op een weersverslechtering. Hierbij is ook de snelheid en omvang van de luchtdrukverandering van belang. Hoe hoger de luchtdruk is, hoe kleiner de kans op regen. Bij weerstations wordt de weersvoorspelling meestal met verschillende weerpictogrammen aangegeven.

Luchtdruk trend

De trend geeft aan of de barometer stijgend of dalend is. Een belangrijke aanwijzing voor weersverandering. De luchtdruk trend wordt soms met een pijl en soms met een grafiek aangegeven. Een grafiek geeft het historische luchtdrukverloop van het afgelopen (halve) etmaal weer.

Comfortindicatie

Sommige weerstations geven (meestal met een pictogram) een comfort indicatie voor het binnenklimaat. Dit is een combinatie van de temperatuur en luchtvochtigheid. Als deze zich binnen bepaalde grenzen bevinden wordt dat als comfortabel ervaren. Dit resulteert in een pictogram van een blij (binnen de grenzen), respectievelijk droevig (buiten de grenzen) gezicht.

Gevoelstemperatuur

Dit wordt ook wel windchill genoemd. Bij een lage temperatuur koelt het lichaam door de wind sneller af. Hierdoor wordt de temperatuur kouder ervaren dan deze in werkelijkheid is. Op basis van de luchttemperatuur en windsnelheid wordt de gevoelstemperatuur berekend en weergegeven.

Hitte index

De hitte index is net als de gevoelstemperatuur een temperatuurwaarde zoals die ervaren wordt. Bij een hoge temperatuur en een hoge luchtvochtigheid kan het lichaam moeilijker de warmte laten afvloeien. De luchttemperatuur in combinatie met de relatieve luchtvochtigheid geeft een temperatuursindex voor de hitte.

UV dosis

Met een UV sensor kan de dosis UV straling gemeten worden. De eenheid hiervoor is MED (Minimaal Erytheem Dosis). Erytheem is de verkleuring van de huid door verbranding.

UV index (Zonkracht)

Maat voor de hoeveelheid ultraviolette straling weergegeven op een schaal van 0-16. Hoe hoger het getal, hoe sneller de huid verbrandt. De UV-index wordt met een UV-sensor gemeten.

Zonnestraling

Energie die de zon per seconde op een oppervlak van 1 m2 straalt (Watt/m2). Wordt onder andere gebruikt om de (gewas)verdamping te berekenen.

Verdamping / planttranspiratie

Hoeveelheid waterdamp die een plant verdampt via het blad. De verdamping kan berekend worden. Hiervoor wordt een zonnestralings-sensor gebruikt.


Verantwoording
Bovenstaande uitleg is enkel bedoeld om in begrijpelijke taal een beknopte uitleg te geven van eigenschappen en kenmerken die met het weer te maken hebben. Aan deze uitleg staat geen wetenschappelijke verantwoording ten grondslag. De informatie is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Voor onvolledigheden of onjuistheden die ondanks deze zorg voorkomen nemen wij geen aansprakelijkheid. Er kunnen op geen enkele manier rechten worden ontleend aan de uitleg of de wijze van uitleg. Voor formele begripsomschrijvingen verwijzen wij naar de documentatie bij de produkten en informatiebronnen met een wetenschappelijk onderbouwing.